wethouder
zelfstandig naamwoord /wɛtɔu(d)ər/Betekenis
- een lid van het dagelijkse uitvoerende bestuur van een Nederlandse gemeente
Hoe spreek je wethouder uit?
/wɛtɔudər/
Wethouder bestaat uit drie lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| u | boek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wethouders | meervoud |
| wethoudertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wethoudertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘lid van dagelijks bestuur van gemeente’ voor het eerst aangetroffen in 1440
Woordfamilie van wethouder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wethouders | meervoud | wethouder |
| wethoudertje | verkleinwoord | wethouder |
| wethoudertjes | verkleinwoord meervoud | wethouder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wethouder zijn vastgelegd.