slaan
werkwoord slanBetekenis
- een klap uitdelen; met de arm of een vastgehouden voorwerp een snelle, rakende beweging maken
- het voorbrengen van geluid door ergens op te slaan
- ergens plotseling mee beginnen
- een stuk van de tegenstander door een bepaalde zet uitschakelen
- slaan
Hoe spreek je slaan uit?
/slan/
Slaan bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| l | land |
| a | maan |
| n | nek |
Vervoeging van slaan
slaanhele werkwoord — sloegverleden tijd enkelvoud — sloegenverleden tijd meervoud — geslagenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sla | sloeg |
| jij | slaat | sloeg |
| hij, zij, het | slaat | sloeg |
| wij | slaan | sloegen |
| jullie | slaan | sloegen |
| zij | slaan | sloegen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geslagen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geslagen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geslagen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geslagen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geslagen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geslagen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geslagen | verleden tijd, deelwoord |
| geslagen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geslagen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geslagen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geslagen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geslagen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geslagen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geslagen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geslagen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geslagen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geslagen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sla | gebiedende wijs |
| sla | aanvoegende wijs |
| slaand | onvoltooid, deelwoord |
| sloeg | verleden tijd |
| te hebben geslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te slaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal slaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal slaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal slaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou slaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou slaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou slaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden slaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden slaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden slaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt slaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen slaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen slaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen slaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult slaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Oudnederlands slān, verder te herleiden tot Protogermaans *slahan-. Verwant met Duits schlagen en Engels slay, binnen het Nederlands doublet met slagen en slachten.
Woordfamilie van slaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geslagen | voltooid deelwoord | slaan |
| slaand | onvoltooid deelwoord | slaan |
| slaat | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | slaan |
| sloeg | verleden tijd | slaan |
| sloegen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | slaan |
| sloegt | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | slaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slaan zijn vastgelegd.