slager
zelfstandig naamwoord ˈslaɣərBetekenis
- een verkoper van vlees
- een slachter
- een wreed mens
- chirurg
Hoe spreek je slager uit?
/ˈslaxər/
Slager bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| l | land |
| a | maan |
| x | acht |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| slagers | meervoud |
| slagertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| slagertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘iemand die beroepsmatig dieren slacht en verhandelt’ voor het eerst aangetroffen in 1573
Woordfamilie van slager
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| slagers | meervoud | slager |
| slagertje | verkleinwoord | slager |
| slagertjes | verkleinwoord meervoud | slager |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slager zijn vastgelegd.