trappen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈtrɑpə(n)Betekenis
- een voet met vaart tegen iets of iemand aan bewegen
Hoe spreek je trappen uit?
/ˈtrɑpən/
Trappen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- met een krachtige beweging van de voet raken of verplaatsen transitive
- met een krachtige beweging van de voet raken of verplaatsen# met een krachtige beweging van de voet het pedaal van een fiets bewegen transitive
Vervoeging van trappen
trappenhele werkwoord — trapteverleden tijd enkelvoud — traptenverleden tijd meervoud — getraptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | trap | trapte |
| jij | trapt | trapte |
| hij, zij, het | trapt | trapte |
| wij | trappen | trapten |
| jullie | trappen | trapten |
| zij | trappen | trapten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is getrapt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getrapt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getrapt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getrapt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getrapt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getrapt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getrapt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getrapt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getrapt | verleden tijd, deelwoord |
| getrapt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getrapt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getrapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getrapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getrapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getrapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getrapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getrapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getrapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getrapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getrapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te trappen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen trappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| trap | gebiedende wijs |
| trappe | aanvoegende wijs |
| trappend | onvoltooid, deelwoord |
| trapte | verleden tijd |
| zal getrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal trappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal trappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal trappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou trappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou trappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou trappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden trappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden trappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden trappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt trappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen trappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen trappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen trappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen trappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult trappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
zelfstandig naamwoord
- Otididae de enige familie van vogels uit de orde Otidiformes. De familie telt 26 soorten. Ze hebben stevige poten, een lange hals en brede vleugels. Ze zijn meestal bruin of grijs gekleurd en hebben donkere strepen en vlekken aan de bovenzijde en wit, geel of zwart aan de onderzijde
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord trap
Herkomst
ww: in de betekenis van ‘de voet neerzetten, schoppen’ voor het eerst aangetroffen in 1470
Woordfamilie van trappen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trappe | aanvoegende wijs | trappen |
| trapt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | trappen |
| trapte | verleden tijd | trappen |
| trapten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | trappen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trappen zijn vastgelegd.