Naar de inhoud

weerstaan

stand houden, weerstand bieden aan

weerstaan

werkwoord werˈstan

Betekenis

  1. stand houden, weerstand bieden aan

Hoe spreek je weerstaan uit?

/werˈstan/

Weerstaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /werˈstan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
e veel
r rood
s sok
t tak
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van weerstaan

weerstaanhele werkwoord — weerstondverleden tijd enkelvoud — weerstondenverleden tijd meervoud — weerstaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik weersta weerstond
jij weerstaat weerstond
hij, zij, het weerstaat weerstond
wij weerstaan weerstonden
jullie weerstaan weerstonden
zij weerstaan weerstonden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weerstaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weerstaan impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weerstaan impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weerstaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weerstaan worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weerstaan zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weerstaan worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weerstaan zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weerstaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weerstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weerstaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weerstaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weerstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weerstaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weerstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weerstaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben weerstaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te weerstaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen weerstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weerstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weerstaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weerstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weerstaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weerstaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weerstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weerstaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
weersta gebiedende wijs
weersta aanvoegende wijs
weerstaan verleden tijd, deelwoord
weerstaan te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weerstaan te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weerstaan te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weerstaan te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weerstaan te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weerstaan worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weerstaan zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weerstaan zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weerstaan zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weerstaan zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weerstaand onvoltooid, deelwoord
weerstond verleden tijd
werd weerstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weerstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weerstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weerstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weerstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weerstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weerstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weerstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weerstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weerstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weerstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weerstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weerstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal weerstaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weerstaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weerstaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weerstaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weerstaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou weerstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weerstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weerstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weerstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weerstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weerstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden weerstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weerstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weerstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weerstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weerstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weerstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt weerstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weerstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen weerstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen weerstaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weerstaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weerstaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weerstaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weerstaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weerstaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult weerstaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult weerstaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • voltooid deelwoord van weerstaan

Vervoeging van weerstaan

weerstaanhele werkwoord — weerstondverleden tijd enkelvoud — weerstondenverleden tijd meervoud — weerstaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik weersta weerstond
jij weerstaat weerstond
hij, zij, het weerstaat weerstond
wij weerstaan weerstonden
jullie weerstaan weerstonden
zij weerstaan weerstonden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weerstaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weerstaan impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weerstaan impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weerstaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weerstaan worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weerstaan zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weerstaan worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weerstaan zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weerstaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weerstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weerstaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weerstaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weerstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weerstaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weerstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weerstaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben weerstaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te weerstaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen weerstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weerstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weerstaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weerstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weerstaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weerstaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weerstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weerstaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
weersta gebiedende wijs
weersta aanvoegende wijs
weerstaan verleden tijd, deelwoord
weerstaan te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weerstaan te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weerstaan te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weerstaan te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weerstaan te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weerstaan worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weerstaan zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weerstaan zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weerstaan zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weerstaan zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weerstaand onvoltooid, deelwoord
weerstond verleden tijd
werd weerstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weerstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weerstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weerstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weerstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weerstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weerstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weerstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weerstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weerstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weerstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weerstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weerstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal weerstaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weerstaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weerstaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weerstaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weerstaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weerstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou weerstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weerstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weerstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weerstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weerstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weerstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden weerstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weerstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weerstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weerstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weerstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weerstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt weerstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weerstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen weerstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen weerstaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weerstaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weerstaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weerstaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weerstaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weerstaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult weerstaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult weerstaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult weerstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult weerstaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van weer bw en staan

Woordfamilie van weerstaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
weersta gebiedende wijs weerstaan
weerstaand onvoltooid deelwoord weerstaan
weerstaande woordvorm weerstaan
weerstaat aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon weerstaan
weerstane woordvorm weerstaan
weerstond verleden tijd weerstaan
weerstonden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon weerstaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weerstaan zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over weerstaan

Hoe spreek je weerstaan uit?
De uitspraak van weerstaan is: /werˈstan/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent weerstaan?
Weerstaan is een werkwoord. Het woord betekent: stand houden, weerstand bieden aan.
Hoe vervoeg je weerstaan?
Je vervoegt weerstaan als volgt: de tegenwoordige tijd is weersta, de verleden tijd is weerstond en het voltooid deelwoord is weerstaan. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op weerstaan?

Er staan 230 woorden in dit woordenboek die op weerstaan rijmen, waaronder maan, banaan en italiaan. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op weerstaan, uitspraak werˈstan, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
maan 1
banaan 2
italiaan 4
baan 1
haan 1
zwaan 1
baviaan 3
gaan 1
arubaan 3
pelikaan 3
braziliaan 4
afrikaan 3
amerikaan 4
bakbanaan 3
bestaan 2
europeaan 4
cyaan 2
bonairiaan 4
kapelaan 3
colombiaan 4
begaan 2
ondergaan 3
leguaan 3
aan 1
aangedaan 3
graan 1
verslaan 2
verstaan 2
traan 1
beslaan 2
mediaan 3
saffraan 2
vooraan 2
slaan 1
laan 1
ontslaan 2
achteraan 3
staan 1
kraan 1
eraan 2
Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 230 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord weerstaan is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. T 2
  7. A 1
  8. A 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

weerstaan levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. T 2
  7. A 1
  8. A 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

weerstaan in het kort

weerstaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Van weerstaan zijn 73 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort weerstaan bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

weerstaan: stand houden, weerstand bieden aan
Deel weerstaan — standaardnederlands.nl