staan
werkwoord stanBetekenis
- zich in verticale toestand van rust bevinden op een vaste ondergrond
- ~ te: duratief hulpwerkwoord: tijdens het staan iets doen
- ~ te: hulpwerkwoord van een, vaak dreigende, onmiddellijke toekomst
Hoe spreek je staan uit?
/stan/
Staan bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| a | maan |
| n | nek |
Vervoeging van staan
staanhele werkwoord — stondverleden tijd enkelvoud — stondenverleden tijd meervoud — gestaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sta | stond |
| jij | staat | stond |
| hij, zij, het | staat | stond |
| wij | staan | stonden |
| jullie | staan | stonden |
| zij | staan | stonden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gestaan | verleden tijd, deelwoord |
| gestaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gestaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gestaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gestaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gestaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sta | gebiedende wijs |
| sta | aanvoegende wijs |
| staand | onvoltooid, deelwoord |
| stond | verleden tijd |
| te hebben gestaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te staan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen staan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal staan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal staan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal staan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou staan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou staan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou staan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden staan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden staan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden staan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt staan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen staan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen staan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen staan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen staan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult staan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘overeind zijn’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van staan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestaan | voltooid deelwoord | staan |
| sta | gebiedende wijs | staan |
| stondt | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | staan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van staan zijn vastgelegd.