kraan
zelfstandig naamwoord kranBetekenis
- een kraanvogel
- iemand die op een bepaald gebied uitblinkt
- mechanisme waarmee de stroming van vloeistof of gas geregeld kan worden
- (van kabels en katrollen voorzien) werktuig om voorwerpen in de hoogte te verplaatsen
Hoe spreek je kraan uit?
/kran/
Kraan bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| a | maan |
| n | nek |
zelfstandig naamwoord
- bepaald soort vogel Grus grus masculine
- /, mechanisme waarmee de stroming van vloeistof of gas geregeld kan worden feminine, masculine
- /, (van kabels en katrollen voorzien) werktuig om voorwerpen in de hoogte te verplaatsen feminine, masculine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kraantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kraantjes | verkleinwoord, meervoud |
| kranen | meervoud |
Herkomst
[1] In de betekenis van ‘kraanvogel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Woordfamilie van kraan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kraantje | verkleinwoord | kraan |
| kraantjes | verkleinwoord meervoud | kraan |
| kranen | meervoud | kraan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kraan zijn vastgelegd.