beslaan
werkwoord bəˈslanBetekenis
- een bepaald gebied betreffen
- een paard van een hoefijzer voorzien
- door condensatie dof of ondoorzichtig worden
Hoe spreek je beslaan uit?
/bəˈslan/
Beslaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| s | sok |
| l | land |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van beslaan
beslaanhele werkwoord — besloegverleden tijd enkelvoud — besloegenverleden tijd meervoud — beslagenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | besla | besloeg |
| jij | beslaat | besloeg |
| hij, zij, het | beslaat | besloeg |
| wij | beslaan | besloegen |
| jullie | beslaan | besloegen |
| zij | beslaan | besloegen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben beslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent beslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| besla | gebiedende wijs |
| besla | aanvoegende wijs |
| beslaand | onvoltooid, deelwoord |
| beslagen | verleden tijd, deelwoord |
| beslagen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beslagen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beslagen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beslagen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beslagen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beslagen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beslagen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beslagen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beslagen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beslagen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| besloeg | verleden tijd |
| er is beslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was beslagen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd beslagen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt beslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal beslagen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal beslagen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou beslagen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou beslagen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is beslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is beslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beslaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart beslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren beslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was beslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was beslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was beslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd beslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd beslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd beslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden beslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden beslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden beslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt beslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word beslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden beslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden beslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden beslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt beslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt beslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal beslaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beslaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beslaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal beslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal beslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn beslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn beslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn beslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt beslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beslaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beslaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beslaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou beslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou beslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beslaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beslaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beslaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden beslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt beslaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt beslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen beslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beslaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beslaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beslaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen beslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult beslaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult beslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘bekleden, bedekken met iets’ voor het eerst aangetroffen in 1220
Woordfamilie van beslaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| besla | gebiedende wijs | beslaan |
| beslaand | onvoltooid deelwoord | beslaan |
| beslaande | woordvorm | beslaan |
| beslaat | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beslaan |
| besloeg | verleden tijd | beslaan |
| besloegen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beslaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beslaan zijn vastgelegd.