verslaan
werkwoord vərˈslanBetekenis
- een definitieve overwinning boeken op een tegenstander
- ergens verslag van doen
Hoe spreek je verslaan uit?
/vərˈslan/
Verslaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| l | land |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verslaan
verslaanhele werkwoord — versloegverleden tijd enkelvoud — versloegenverleden tijd meervoud — verslagenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | versla | versloeg |
| jij | verslaat | versloeg |
| hij, zij, het | verslaat | versloeg |
| wij | verslaan | versloegen |
| jullie | verslaan | versloegen |
| zij | verslaan | versloegen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verslagen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verslagen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verslagen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verslagen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verslagen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verslagen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verslaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| versla | gebiedende wijs |
| versla | aanvoegende wijs |
| verslaand | onvoltooid, deelwoord |
| verslagen | verleden tijd, deelwoord |
| verslagen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verslagen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verslagen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verslagen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verslagen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verslagen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verslagen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verslagen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verslagen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verslagen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| versloeg | verleden tijd |
| waart verslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verslaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verslaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verslaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verslaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verslaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verslaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verslaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verslaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verslaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verslaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verslaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verslaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verslaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verslaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van slaan met het voorvoegsel ver-.
Woordfamilie van verslaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| versla | gebiedende wijs | verslaan |
| verslaand | onvoltooid deelwoord | verslaan |
| verslaande | woordvorm | verslaan |
| verslaat | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verslaan |
| versloeg | verleden tijd | verslaan |
| versloegen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verslaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verslaan zijn vastgelegd.