maan
zelfstandig naamwoord, werkwoord /maːn/Betekenis
- met 'de' maan wordt de natuurlijke satelliet bedoeld, die in een baan rond de aarde draait
- een satelliet die in een baan rond een planeet draait
- oud gebruik waarbij voorafgaand aan de huwelijkssluiting tot het bruidspaar een wens gericht wordt
Hoe spreek je maan uit?
/man/
Maan bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| a | maan |
| n | nek |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- met "de" maan wordt de natuurlijke satelliet bedoeld, die in een baan rond de aarde draait
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| maantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| maantjes | verkleinwoord, meervoud |
| manen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van manen
- gebiedende wijs van manen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van manen
Vervoeging van maan
maanhele werkwoord
Herkomst
erfwoord, in de betekenis van ‘satelliet’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van maan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| maantje | verkleinwoord | maan |
| maantjes | verkleinwoord meervoud | maan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van maan zijn vastgelegd.