bestaan
werkwoord, zelfstandig naamwoord bəˈstanBetekenis
- daadwerkelijk in het universum voorkomen, het zijn, mogelijk zijn
- ~ uit: samengesteld zijn uit bepaalde delen
- het ~ te: een gewaagde daad stellen
- mogelijkheid om in het levensonderhoud te voorzien
Hoe spreek je bestaan uit?
/bəˈstan/
Bestaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| s | sok |
| t | tak |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- daadwerkelijk in het universum voorkomen, het zijn, mogelijk zijn
- ~ uit: samengesteld zijn uit bepaalde delen
- het ~ te: een gewaagde daad stellen
- voltooid deelwoord van bestaan
Vervoeging van bestaan
bestaanhele werkwoord — bestondverleden tijd enkelvoud — bestondenverleden tijd meervoud — bestaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | besta | bestond |
| jij | bestaat | bestond |
| hij, zij, het | bestaat | bestond |
| wij | bestaan | bestonden |
| jullie | bestaan | bestonden |
| zij | bestaan | bestonden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| besta | gebiedende wijs |
| besta | aanvoegende wijs |
| bestaan | verleden tijd, deelwoord |
| bestaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestaand | onvoltooid, deelwoord |
| bestond | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bestaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bestaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bestaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bestaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bestaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bestaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bestaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bestaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bestaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bestaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bestaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou bestaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bestaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bestaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bestaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bestaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bestaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bestaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bestaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bestaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bestaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bestaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van staan met het voorvoegsel be- ** *vervoeging van bestaan: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs) **zn: (metonymisch) zelfstandig gebruik van het werkwoord
Woordfamilie van bestaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| besta | gebiedende wijs | bestaan |
| bestaantje | woordvorm | bestaan |
| bestaantjes | meervoud | bestaan |
| bestaat | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bestaan |
| bestond | verleden tijd | bestaan |
| bestonden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bestaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bestaan zijn vastgelegd.