waan
zelfstandig naamwoord, werkwoord wanBetekenis
- een min of meer van de werkelijkheid afgeleide droomwereld
- een overtuiging die gebaseerd is op een onjuiste waarneming of interpretatie van de werkelijkheid
Hoe spreek je waan uit?
/wan/
Waan bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| a | maan |
| n | nek |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| waantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| waantjes | verkleinwoord, meervoud |
| wanen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wanen
- gebiedende wijs van wanen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wanen
Vervoeging van waan
waanhele werkwoord
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wanen
- gebiedende wijs van wanen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wanen
Vervoeging van waan
waanhele werkwoord
Woordfamilie van waan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| waantje | verkleinwoord | waan |
| waantjes | verkleinwoord meervoud | waan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waan zijn vastgelegd.