Naar de inhoud

gaan

zich in een bepaalde richting bewegen, meestal van de spreker af

gaan

werkwoord ɣan

Betekenis

  1. zich in een bepaalde richting bewegen, meestal van de spreker af
  2. mogelijk zijn
  3. vormt een onmiddellijke toekomende tijd

Hoe spreek je gaan uit?

/xan/

Gaan bestaat uit één lettergreep.

De tekens in /xan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
x acht
a maan
n nek

werkwoord

  1. vormt een toekomende tijd, grotendeels synoniem met zullen auxiliary

Vervoeging van gaan

gaanhele werkwoord — gingverleden tijd enkelvoud — gingenverleden tijd meervoud — gegaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ga ging
jij gaat ging
hij, zij, het gaat ging
wij gaan gingen
jullie gaan gingen
zij gaan gingen
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben gegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
ga gebiedende wijs
ga aanvoegende wijs
gaand onvoltooid, deelwoord
gegaan verleden tijd, deelwoord
gegaan te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegaan zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ging verleden tijd
is gegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te gaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal gaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gegaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt gaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gegaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult gaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

erfwoord in de betekenis van ‘zich voortbewegen’ aangetroffen vanaf 901

Woordfamilie van gaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ga gebiedende wijs gaan
gaat aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon gaan
gegaan voltooid deelwoord gaan
gegane woordvorm gaan
ging verleden tijd gaan
gingen aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon gaan
gingt aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon gaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gaan zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over gaan

Hoe spreek je gaan uit?
De uitspraak van gaan is: /ɣan/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent gaan?
Gaan is een werkwoord. Het woord betekent: zich in een bepaalde richting bewegen, meestal van de spreker af. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je gaan?
Je vervoegt gaan als volgt: de tegenwoordige tijd is ga, de verleden tijd is ging en het voltooid deelwoord is gegaan. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op gaan?

In dit woordenboek rijmen 230 woorden op -aan op gaan, zoals maan, banaan en italiaan. Het gaat om staand rijm: de klank vanaf de laatste beklemtoonde klinker is gelijk.

Rijmwoorden op gaan, uitspraak xan, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
maan 1
banaan 2
italiaan 4
baan 1
haan 1
zwaan 1
baviaan 3
arubaan 3
pelikaan 3
braziliaan 4
afrikaan 3
amerikaan 4
bakbanaan 3
bestaan 2
europeaan 4
cyaan 2
bonairiaan 4
kapelaan 3
colombiaan 4
begaan 2
ondergaan 3
leguaan 3
aan 1
aangedaan 3
graan 1
verslaan 2
verstaan 2
traan 1
beslaan 2
mediaan 3
saffraan 2
vooraan 2
slaan 1
laan 1
ontslaan 2
achteraan 3
staan 1
kraan 1
eraan 2
waaraan 2
Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 230 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord gaan is 6 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. A 1
  3. A 1
  4. N 1
  5. 6 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

gaan levert met Wordfeud minimaal 6 en maximaal 36 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. A 1
  3. A 1
  4. N 1
  5. 6 zonder bonus
  6. 36 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

gaan telt 4 letters, waarvan 3 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 3.012 woorden van 4 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

gaan in het kort

gaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van gaan zijn 33 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort gaan bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

gaan: zich in een bepaalde richting bewegen, meestal van de spreker af
Deel gaan — standaardnederlands.nl