Naar de inhoud

ontslaan

(m.b.t. een werknemer) de arbeidsovereenkomst beëindigen van, meestal wegens onbekwaamheid of wangedrag van de werknemer

ontslaan

werkwoord ɔntˈslan

Betekenis

  1. (m.b.t. een werknemer) de arbeidsovereenkomst beëindigen van, meestal wegens onbekwaamheid of wangedrag van de werknemer
  2. (+ van) ontheffen (van), vrijstellen (van): iemand ontslaan van een verplichting
  3. beëindigen van een ziekenhuisopname

Hoe spreek je ontslaan uit?

/ɔntˈslan/

Ontslaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /ɔntˈslan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
n nek
t tak
s sok
l land
a maan
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. de arbeidsovereenkomst beëindigen van, meestal wegens onbekwaamheid of wangedrag van de werknemer transitive
  2. ontheffen (van), vrijstellen (van): iemand ontslaan van een verplichting transitive

Vervoeging van ontslaan

ontslaanhele werkwoord — ontsloegverleden tijd enkelvoud — ontsloegenverleden tijd meervoud — ontslagenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontsla ontsloeg
jij ontslaat ontsloeg
hij, zij, het ontslaat ontsloeg
wij ontslaan ontsloegen
jullie ontslaan ontsloegen
zij ontslaan ontsloegen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontslagen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontslagen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontslagen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontslagen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontslagen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontslagen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontslagen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontslagen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontslagen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontsla gebiedende wijs
ontsla aanvoegende wijs
ontslaand onvoltooid, deelwoord
ontslagen verleden tijd, deelwoord
ontslagen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontslagen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontslagen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontslagen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontslagen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontslagen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontslagen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontslagen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontslagen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontslagen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontsloeg verleden tijd
te hebben ontslagen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontslaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontslaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontslaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontslaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontslaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontslagen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontslagen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontslagen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontslagen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ontslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontslaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontslaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontslaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontslaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontslaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontslaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontslaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ontslaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontslaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontslaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontslaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ontslagen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontslagen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontslagen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontslagen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontslagen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ontslaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ontslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontslagen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van slaan met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontslaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontsla gebiedende wijs ontslaan
ontslaand onvoltooid deelwoord ontslaan
ontslaande woordvorm ontslaan
ontslaat aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontslaan
ontsloeg verleden tijd ontslaan
ontsloegen aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontslaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontslaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontslaan

Hoe spreek ik ontslaan uit?
Zo spreek je ontslaan uit: /ɔntˈslan/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van ontslaan?
Ontslaan is een werkwoord. De betekenis is: (m.b.t. een werknemer) de arbeidsovereenkomst beëindigen van, meestal wegens onbekwaamheid of wangedrag van de werknemer. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ontslaan?
Zo vervoeg je ontslaan zo: de tegenwoordige tijd is ontsla, de verleden tijd is ontsloeg en het voltooid deelwoord is ontslagen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op ontslaan?

Er staan 230 woorden in dit woordenboek die op ontslaan rijmen, waaronder maan, banaan en italiaan. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op ontslaan, uitspraak ɔntˈslan, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
maan 1
banaan 2
italiaan 4
baan 1
haan 1
zwaan 1
baviaan 3
gaan 1
arubaan 3
pelikaan 3
braziliaan 4
afrikaan 3
amerikaan 4
bakbanaan 3
bestaan 2
europeaan 4
cyaan 2
bonairiaan 4
kapelaan 3
colombiaan 4
begaan 2
ondergaan 3
leguaan 3
aan 1
aangedaan 3
graan 1
verslaan 2
verstaan 2
traan 1
beslaan 2
mediaan 3
saffraan 2
vooraan 2
slaan 1
laan 1
achteraan 3
staan 1
kraan 1
eraan 2
waaraan 2
Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 230 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontslaan is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. L 3
  6. A 1
  7. A 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontslaan levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. L 3
  6. A 1
  7. A 1
  8. N 1
  9. 12 zonder bonus
  10. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontslaan in het kort

ontslaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ontslaan staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontslaan bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontslaan: (m.b.t. een werknemer) de arbeidsovereenkomst beëindigen van, meestal wegens onbekwaamheid of wangedrag van de werknemer
Deel ontslaan — standaardnederlands.nl