Naar de inhoud

begaan

iets doen dat onjuist of verboden is

begaan is meer dan één woord

begaan

werkwoord, bijvoeglijk naamwoord bəˈɣan

Betekenis

  1. iets doen dat onjuist of verboden is
  2. een plaats betreden
  3. iemand laten begaan: iemand niet hinderen of stoppen
  4. gepleegd.
  5. waarover men gewoonlijk loopt, de verdieping die op straatniveau ligt
  6. emotioneel betrokken

Hoe spreek je begaan uit?

/bəˈxan/

Begaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈxan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
x acht
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van begaan

begaanhele werkwoord — begingverleden tijd enkelvoud — begingenverleden tijd meervoud — begaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bega beging
jij begaat beging
hij, zij, het begaat beging
wij begaan begingen
jullie begaan begingen
zij begaan begingen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bega gebiedende wijs
bega aanvoegende wijs
begaan verleden tijd, deelwoord
begaan te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
begaan te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
begaan te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
begaan te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
begaan te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
begaan worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
begaan zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
begaan zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
begaan zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
begaan zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
begaand onvoltooid, deelwoord
beging verleden tijd
ben begaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent begaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is begaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was begaan impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd begaan impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt begaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal begaan worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal begaan zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou begaan worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou begaan zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had begaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had begaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had begaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden begaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden begaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden begaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt begaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb begaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben begaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben begaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben begaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben begaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt begaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft begaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft begaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is begaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is begaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te begaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben begaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen begaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart begaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren begaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren begaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren begaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was begaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was begaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was begaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd begaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd begaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd begaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden begaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden begaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden begaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt begaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word begaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden begaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden begaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden begaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt begaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt begaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal begaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal begaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal begaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal begaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal begaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal begaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal begaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn begaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn begaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn begaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt begaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou begaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou begaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou begaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou begaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou begaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou begaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden begaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden begaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden begaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden begaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden begaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden begaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden begaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden begaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden begaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt begaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt begaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen begaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen begaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen begaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen begaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen begaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen begaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen begaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen begaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen begaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen begaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen begaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen begaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen begaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult begaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult begaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult begaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult begaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • voltooid deelwoord van begaan

Vervoeging van begaan

begaanhele werkwoord — begingverleden tijd enkelvoud — begingenverleden tijd meervoud — begaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bega beging
jij begaat beging
hij, zij, het begaat beging
wij begaan begingen
jullie begaan begingen
zij begaan begingen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bega gebiedende wijs
bega aanvoegende wijs
begaan verleden tijd, deelwoord
begaan te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
begaan te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
begaan te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
begaan te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
begaan te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
begaan worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
begaan zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
begaan zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
begaan zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
begaan zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
begaand onvoltooid, deelwoord
beging verleden tijd
ben begaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent begaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is begaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was begaan impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd begaan impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt begaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal begaan worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal begaan zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou begaan worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou begaan zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had begaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had begaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had begaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden begaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden begaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden begaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt begaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb begaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben begaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben begaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben begaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben begaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt begaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft begaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft begaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is begaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is begaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te begaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben begaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen begaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart begaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren begaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren begaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren begaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was begaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was begaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was begaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd begaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd begaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd begaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden begaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden begaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden begaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt begaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word begaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden begaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden begaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden begaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt begaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt begaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal begaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal begaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal begaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal begaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal begaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal begaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal begaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn begaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn begaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn begaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt begaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou begaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou begaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou begaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou begaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou begaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou begaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden begaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden begaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden begaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden begaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden begaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden begaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden begaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden begaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden begaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt begaan aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt begaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen begaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen begaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen begaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen begaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen begaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen begaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen begaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen begaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen begaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen begaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen begaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen begaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen begaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult begaan aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult begaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult begaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult begaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van gaan met het voorvoegsel be-.

Woordfamilie van begaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bega gebiedende wijs begaan
begaand onvoltooid deelwoord begaan
begaande woordvorm begaan
begaans woordvorm begaan
begaanst woordvorm begaan
begaanste woordvorm begaan
begaat aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon begaan
beganer woordvorm begaan
beganere woordvorm begaan
beganers woordvorm begaan
beging verleden tijd begaan
begingen aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon begaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van begaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over begaan

Hoe spreek ik begaan uit?
Zo spreek je begaan uit: /bəˈɣan/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van begaan?
Begaan is een werkwoord. De betekenis is: iets doen dat onjuist of verboden is. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik begaan?
Zo vervoeg je begaan zo: de tegenwoordige tijd is bega, de verleden tijd is beging en het voltooid deelwoord is begaan. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op begaan?

Er staan 230 woorden in dit woordenboek die op begaan rijmen, waaronder maan, banaan en italiaan. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op begaan, uitspraak bəˈxan, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
maan 1
banaan 2
italiaan 4
baan 1
haan 1
zwaan 1
baviaan 3
gaan 1
arubaan 3
pelikaan 3
braziliaan 4
afrikaan 3
amerikaan 4
bakbanaan 3
bestaan 2
europeaan 4
cyaan 2
bonairiaan 4
kapelaan 3
colombiaan 4
ondergaan 3
leguaan 3
aan 1
aangedaan 3
graan 1
verslaan 2
verstaan 2
traan 1
beslaan 2
mediaan 3
saffraan 2
vooraan 2
slaan 1
laan 1
ontslaan 2
achteraan 3
staan 1
kraan 1
eraan 2
waaraan 2
Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 230 in totaal; hier staan de kortste 100.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord begaan is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. G 3
  4. A 1
  5. A 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

begaan levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. G 3
  4. A 1
  5. A 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

begaan telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

begaan in het kort

begaan is zowel werkwoord als bijvoeglijk naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van begaan staan er 73 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort begaan bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

begaan: iets doen dat onjuist of verboden is
Deel begaan — standaardnederlands.nl