begaan
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord bəˈɣanBetekenis
- iets doen dat onjuist of verboden is
- een plaats betreden
- iemand laten begaan: iemand niet hinderen of stoppen
- gepleegd.
- waarover men gewoonlijk loopt, de verdieping die op straatniveau ligt
- emotioneel betrokken
Hoe spreek je begaan uit?
/bəˈxan/
Begaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| x | acht |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van begaan
begaanhele werkwoord — begingverleden tijd enkelvoud — begingenverleden tijd meervoud — begaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bega | beging |
| jij | begaat | beging |
| hij, zij, het | begaat | beging |
| wij | begaan | begingen |
| jullie | begaan | begingen |
| zij | begaan | begingen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bega | gebiedende wijs |
| bega | aanvoegende wijs |
| begaan | verleden tijd, deelwoord |
| begaan te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| begaan te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| begaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| begaan te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| begaan te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| begaan worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| begaan zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| begaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| begaan zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| begaan zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| begaand | onvoltooid, deelwoord |
| beging | verleden tijd |
| ben begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is begaan | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was begaan | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd begaan | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt begaan | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal begaan worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal begaan zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou begaan worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou begaan zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had begaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had begaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had begaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden begaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden begaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden begaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt begaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben begaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te begaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben begaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen begaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart begaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren begaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren begaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren begaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was begaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was begaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was begaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd begaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd begaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd begaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden begaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden begaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden begaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt begaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word begaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden begaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden begaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden begaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt begaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt begaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal begaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal begaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal begaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal begaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal begaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal begaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal begaan zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal begaan zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou begaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou begaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou begaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou begaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou begaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou begaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou begaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou begaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou begaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden begaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden begaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden begaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden begaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden begaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden begaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden begaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden begaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden begaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt begaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt begaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt begaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen begaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen begaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen begaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen begaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen begaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen begaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen begaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen begaan zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen begaan zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen begaan zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult begaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult begaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult begaan zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van begaan
Vervoeging van begaan
begaanhele werkwoord — begingverleden tijd enkelvoud — begingenverleden tijd meervoud — begaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bega | beging |
| jij | begaat | beging |
| hij, zij, het | begaat | beging |
| wij | begaan | begingen |
| jullie | begaan | begingen |
| zij | begaan | begingen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bega | gebiedende wijs |
| bega | aanvoegende wijs |
| begaan | verleden tijd, deelwoord |
| begaan te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| begaan te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| begaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| begaan te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| begaan te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| begaan worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| begaan zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| begaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| begaan zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| begaan zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| begaand | onvoltooid, deelwoord |
| beging | verleden tijd |
| ben begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is begaan | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was begaan | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd begaan | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt begaan | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal begaan worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal begaan zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou begaan worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou begaan zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had begaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had begaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had begaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden begaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden begaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden begaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt begaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben begaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te begaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben begaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen begaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart begaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren begaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren begaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren begaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was begaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was begaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was begaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd begaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd begaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd begaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden begaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden begaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden begaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt begaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word begaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden begaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden begaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden begaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt begaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt begaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal begaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal begaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal begaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal begaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal begaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal begaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal begaan zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal begaan zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt begaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou begaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou begaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou begaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou begaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou begaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou begaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou begaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou begaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou begaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden begaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden begaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden begaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden begaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden begaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden begaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden begaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden begaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden begaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt begaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt begaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt begaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen begaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen begaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen begaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen begaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen begaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen begaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen begaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen begaan zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen begaan zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen begaan zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult begaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult begaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult begaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult begaan zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van gaan met het voorvoegsel be-.
Woordfamilie van begaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bega | gebiedende wijs | begaan |
| begaand | onvoltooid deelwoord | begaan |
| begaande | woordvorm | begaan |
| begaans | woordvorm | begaan |
| begaanst | woordvorm | begaan |
| begaanste | woordvorm | begaan |
| begaat | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | begaan |
| beganer | woordvorm | begaan |
| beganere | woordvorm | begaan |
| beganers | woordvorm | begaan |
| beging | verleden tijd | begaan |
| begingen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | begaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van begaan zijn vastgelegd.