overslaan
werkwoord ˈovərˌslanBetekenis
- een beurt doen missen
- plotseling van de ene geleider op de andere springen van elektriciteit
- plotseling overgaan in een ander stemregister
- het overbruggen van een geografische of biologische hindernis
- een vorm van handel waarbij goederen van het ene transportmedium op het andere overgebracht worden
Hoe spreek je overslaan uit?
/ˈovərˌslan/
Overslaan bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| l | land |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van overslaan
overslaanhele werkwoord — sloeg oververleden tijd enkelvoud — sloegen oververleden tijd meervoud — overgeslagenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sla over | sloeg over |
| jij | slaat over | sloeg over |
| hij, zij, het | slaat over | sloeg over |
| wij | slaan over | sloegen over |
| jullie | slaan over | sloegen over |
| zij | slaan over | sloegen over |
Alle 119 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| ben overgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent overgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is overgeslagen | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was overgeslagen | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd overgeslagen | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt overgeslagen | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal overgeslagen worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal overgeslagen zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou overgeslagen worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou overgeslagen zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| hebben overgeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is overgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is overgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| over te slaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| over te zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| over zal slaan | bijzin, toekomende tijd |
| over zou slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| over zouden slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| over zoudt slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| over zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| over zullen slaan | bijzin, toekomende tijd |
| over zult slaan | bijzin, toekomende tijd |
| overgeslagen | verleden tijd, deelwoord |
| overgeslagen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overgeslagen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overgeslagen te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgeslagen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgeslagen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgeslagen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overgeslagen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overgeslagen zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overgeslagen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overgeslagen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| oversla | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overslaand | onvoltooid, deelwoord |
| overslaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| oversloeg | bijzin, verleden tijd |
| oversloegen | bijzin, verleden tijd |
| oversloegt | bijzin, verleden tijd |
| sla over | gebiedende wijs |
| sloeg over | verleden tijd |
| te hebben/zijn overgeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen overslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart overgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overgeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren overgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overgeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was overgeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was overgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was overgeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd overgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd overgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd overgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden overgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden overgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden overgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt overgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word overgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden overgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden overgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden overgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt overgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt overgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal overgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal overgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal overslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal overslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal overslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zijn overgeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn overgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn overgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn overgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt overgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou overgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou overgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou overslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou overslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou overslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) overslaan over zou(dt) slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden overgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden overslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt overgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt overslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen overgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen overslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen overslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult overgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult overslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal overslaan over zult/zal slaan | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van over en slaan
Woordfamilie van overslaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overgeslagen | voltooid deelwoord | overslaan |
| oversla | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overslaan |
| overslaand | onvoltooid deelwoord | overslaan |
| overslaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overslaan |
| oversloeg | subordinate-clause, verleden tijd | overslaan |
| oversloegen | subordinate-clause, verleden tijd | overslaan |
| sla over | gebiedende wijs | overslaan |
| slaan over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | overslaan |
| slaat over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | overslaan |
| sloeg over | verleden tijd | overslaan |
| sloegen over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | overslaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overslaan zijn vastgelegd.