Naar de inhoud

overslaan

een beurt doen missen

overslaan

werkwoord ˈovərˌslan

Betekenis

  1. een beurt doen missen
  2. plotseling van de ene geleider op de andere springen van elektriciteit
  3. plotseling overgaan in een ander stemregister
  4. het overbruggen van een geografische of biologische hindernis
  5. een vorm van handel waarbij goederen van het ene transportmedium op het andere overgebracht worden

Hoe spreek je overslaan uit?

/ˈovərˌslan/

Overslaan bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈovərˌslan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
o boot
v vis
ə de
r rood
s sok
l land
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon

Vervoeging van overslaan

overslaanhele werkwoord — sloeg oververleden tijd enkelvoud — sloegen oververleden tijd meervoud — overgeslagenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sla over sloeg over
jij slaat over sloeg over
hij, zij, het slaat over sloeg over
wij slaan over sloegen over
jullie slaan over sloegen over
zij slaan over sloegen over
Alle 119 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben overgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is overgeslagen impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was overgeslagen impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd overgeslagen impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt overgeslagen impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal overgeslagen worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal overgeslagen zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou overgeslagen worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou overgeslagen zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
hebben overgeslagen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
is overgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
over te slaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
over te zullen slaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
over zal slaan bijzin, toekomende tijd
over zou slaan bijzin, voorwaardelijk
over zouden slaan bijzin, voorwaardelijk
over zoudt slaan bijzin, voorwaardelijk
over zullen slaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
over zullen slaan bijzin, toekomende tijd
over zult slaan bijzin, toekomende tijd
overgeslagen verleden tijd, deelwoord
overgeslagen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overgeslagen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overgeslagen te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgeslagen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgeslagen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgeslagen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overgeslagen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overgeslagen zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overgeslagen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overgeslagen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
oversla bijzin, tegenwoordige tijd
overslaand onvoltooid, deelwoord
overslaat bijzin, tegenwoordige tijd
oversloeg bijzin, verleden tijd
oversloegen bijzin, verleden tijd
oversloegt bijzin, verleden tijd
sla over gebiedende wijs
sloeg over verleden tijd
te hebben/zijn overgeslagen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overslaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overgeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overgeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overgeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overgeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overgeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overgeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overgeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overgeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overgeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overgeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overgeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overgeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overgeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overgeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal overslaan bijzin, toekomende tijd
zijn overgeslagen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn overgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou overslaan bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) overslaan over zou(dt) slaan bijzin, voorwaardelijk
zouden overgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden overslaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt overgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt overslaan bijzin, voorwaardelijk
zullen overgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overgeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overgeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overgeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overslaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen overslaan bijzin, toekomende tijd
zult overgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overgeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult overslaan bijzin, toekomende tijd
zult/zal overslaan over zult/zal slaan bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van over en slaan

Woordfamilie van overslaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overgeslagen voltooid deelwoord overslaan
oversla subordinate-clause, tegenwoordige tijd overslaan
overslaand onvoltooid deelwoord overslaan
overslaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd overslaan
oversloeg subordinate-clause, verleden tijd overslaan
oversloegen subordinate-clause, verleden tijd overslaan
sla over gebiedende wijs overslaan
slaan over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon overslaan
slaat over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overslaan
sloeg over verleden tijd overslaan
sloegen over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overslaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overslaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over overslaan

Hoe spreek ik overslaan uit?
Zo spreek je overslaan uit: /ˈovərˌslan/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van overslaan?
Overslaan is een werkwoord. De betekenis is: een beurt doen missen. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik overslaan?
Zo vervoeg je overslaan zo: het voltooid deelwoord is overgeslagen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op overslaan?

Overslaan rijmt op 230 woorden op -aan; maan, banaan en italiaan bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op overslaan, uitspraak ˈovərˌslan, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
maan 1
banaan 2
italiaan 4
baan 1
haan 1
zwaan 1
baviaan 3
gaan 1
arubaan 3
pelikaan 3
braziliaan 4
afrikaan 3
amerikaan 4
bakbanaan 3
bestaan 2
europeaan 4
cyaan 2
bonairiaan 4
kapelaan 3
colombiaan 4
begaan 2
ondergaan 3
leguaan 3
aan 1
aangedaan 3
graan 1
verslaan 2
verstaan 2
traan 1
beslaan 2
mediaan 3
saffraan 2
vooraan 2
slaan 1
laan 1
ontslaan 2
achteraan 3
staan 1
kraan 1
eraan 2
Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 230 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overslaan is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. L 3
  7. A 1
  8. A 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overslaan levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. L 3
  7. A 1
  8. A 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overslaan in het kort

overslaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van overslaan staan er 78 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort overslaan bij een woordfamilie van 11 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

overslaan: een beurt doen missen
Deel overslaan — standaardnederlands.nl