schare
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ˈsχarə/Betekenis
- een mensenmenigte
- legereenheid, groep
Hoe spreek je schare uit?
/ˈsxarə/
Schare bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| a | maan |
| r | rood |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- aantal of afdeling gezamenlijk optrekkende of strijdende personen
- verzameling van mensen die ergens tegenwoordig zijn, in het bijzonder bij een godsdienstoefening
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- aanvoegende wijs van scharen
Vervoeging van schare
scharehele werkwoord
Herkomst
erfwoord: Middelnederlands scāre ‘afdeling soldaten, troep, schaar’, uit Oudnederlands skara ‘legereenheid, groep’, ontwikkeld uit Oergermaans *skarō- ‘afdeling van een leger’, afleiding van het werkwoord *skeran- ‘scheiden, verdelen’, waarvoor zie scheren. Evenals Duits Schar en Fries skare.