vlucht
zelfstandig naamwoord, werkwoord vlʏxtBetekenis
- een groep vliegende vogels
- spanwijdte, vleugelwijdte
Hoe spreek je vlucht uit?
/vlʏxt/
Vlucht bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| l | land |
| ʏ | put |
| x | acht |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- naamwoord van handeling van vliegen: het zich door luchtruim bewegen
- naamwoord van handeling van vluchten: het ontvluchten van bijvoorbeeld gevaar of straf
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vluchten | meervoud |
| vluchtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vluchtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van vluchten
- gebiedende wijs van vluchten
Vervoeging van vlucht
vluchthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘ontvluchting’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van vlucht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vluchtje | verkleinwoord | vlucht |
| vluchtjes | verkleinwoord meervoud | vlucht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vlucht zijn vastgelegd.