school
zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijwoord sxolBetekenis
- een onderwijsinstelling waar les wordt gegeven aan leerlingen.
- een zwemmende groep gelijksoortige vissen.
Hoe spreek je school uit?
/sxol/
School bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| o | boot |
| l | land |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een onderwijsinstelling waar les wordt gegeven aan leerlingen
- een zwemmende groep gelijksoortige vissen
- onderwijs
- achterban, volgelingen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scholen | meervoud |
| schooltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schooltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scholen
- gebiedende wijs van scholen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scholen
- enkelvoud verleden tijd van schuilen
Vervoeging van school
schoolhele werkwoord
bijwoord
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘schare, groep’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Woordfamilie van school
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schooltje | verkleinwoord | school |
| schooltjes | verkleinwoord meervoud | school |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van school zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
- scholencomplex
- scholengemeenschap
- scholier
- schooladvies
- schoolagenda
- schoolakte
- schoolarts
- schoolatlas
- schoolbal
- schoolbank
- schoolbataljon
- schoolbegeleider
- schoolbegeleiding
- schoolbel
- schoolbestuur
- schoolbezoek
- schoolbibliotheek
- schoolblad
- schoolblijven
- schoolboek
- schoolbord
- schoolbus
- schoolclub
- schoolcommissie