Naar de inhoud

schuren

een oppervlak glad maken door wrijving met een ruw oppervlak van grotere hardheid

schuren is meer dan één woord

schuren

werkwoord, zelfstandig naamwoord /sxyrə(n)/

Betekenis

  1. een oppervlak glad maken door wrijving met een ruw oppervlak van grotere hardheid
  2. poetsen, wrijven
  3. met de geslachtsdelen tegen iets of iemand aanwrijven
  4. op een intieme manier, heel dicht met elkaar dansen
  5. spanning, wanklank of disharmonie veroorzaken

Hoe spreek je schuren uit?

/sxyrən/

Schuren bestaat uit twee lettergrepen.

De tekens in /sxyrən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
x acht
y fuut
r rood
ə de
n nek

Vervoeging van schuren

schurenhele werkwoord — schuurdeverleden tijd enkelvoud — schuurdenverleden tijd meervoud — geschuurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schuur schuurde
jij schuurt schuurde
hij, zij, het schuurt schuurde
wij schuren schuurden
jullie schuren schuurden
zij schuren schuurden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geschuurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geschuurd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geschuurd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geschuurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geschuurd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geschuurd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geschuurd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geschuurd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geschuurd verleden tijd, deelwoord
geschuurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschuurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschuurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schure aanvoegende wijs
schurend onvoltooid, deelwoord
schuur gebiedende wijs
schuurde verleden tijd
te hebben geschuurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schuren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geschuurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschuurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geschuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschuurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschuurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord schuur

Herkomst

Ontwikkeld uit Middelnederlands scuren “drukkend wrijven”, “poetsen”, “polijsten” (1287), ontleend aan Oudfrans escurer “geheel reinigen”, “schoonkrabben” (ca. 1223).

Woordfamilie van schuren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geschuurd voltooid deelwoord schuren
geschuurde woordvorm schuren
schure aanvoegende wijs schuren
schuurde verleden tijd schuren
schuurden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schuren
schuurt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schuren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schuren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over schuren

Hoe spreek ik schuren uit?
Zo spreek je schuren uit: /sxyrə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van schuren?
Schuren is een werkwoord. De betekenis is: een oppervlak glad maken door wrijving met een ruw oppervlak van grotere hardheid. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik schuren?
Zo vervoeg je schuren zo: de tegenwoordige tijd is schuur, de verleden tijd is schuurde en het voltooid deelwoord is geschuurd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schuren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. U 4
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schuren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 121 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. U 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 17 zonder bonus
  9. 121 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

schuren telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

schuren in het kort

schuren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van schuren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort schuren bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

schuren: een oppervlak glad maken door wrijving met een ruw oppervlak van grotere hardheid
Deel schuren — standaardnederlands.nl