reservaat
zelfstandig naamwoord ˌrezɛrˈvatBetekenis
- gebied waarin de natuur of zijn bewoners worden beschermd
- grondgebied dat door een overheid aan een bevolkingsgroep (bijv. indianen) is toegewezen als verblijfplaats
Hoe spreek je reservaat uit?
/ˌrezɛrˈvat/
Reservaat bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| z | zon |
| ɛ | bed |
| v | vis |
| a | maan |
| t | tak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| reservaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| reservaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| reservaten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘wijkplaats’ voor het eerst aangetroffen in 1933
Woordfamilie van reservaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| reservaatje | verkleinwoord | reservaat |
| reservaatjes | verkleinwoord meervoud | reservaat |
| reservaten | meervoud | reservaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reservaat zijn vastgelegd.