ovenpaal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- platte houten schop met lange steel waarmee brood in een bakkersoven wordt geschoven en eruit wordt gehaald
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ovenpaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ovenpaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| ovenpalen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van oven zn en paal zn
Woordfamilie van ovenpaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ovenpaaltje | verkleinwoord | ovenpaal |
| ovenpaaltjes | verkleinwoord meervoud | ovenpaal |
| ovenpalen | meervoud | ovenpaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ovenpaal zijn vastgelegd.