fotokopieerapparaat
zelfstandig naamwoord ˌfotoˌkopiˈjerɑpaˌratBetekenis
- toestel dat iets wat op papier staat precies zo op een ander vel papier afdrukt
- plaats waar werknemers op een kantoor elkaar ontmoeten
Hoe spreek je fotokopieerapparaat uit?
/ˌfotoˌkopiˈjerɑpaˌrat/
Fotokopieerapparaat bestaat uit acht lettergrepen. De klemtoon ligt op de vijfde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| o | boot |
| t | tak |
| k | kat |
| p | pak |
| i | riet |
| j | ja |
| e | veel |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| a | maan |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fotokopieerapparaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fotokopieerapparaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| fotokopieerapparaten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van fotokopieer ww en apparaat zn **[2] personeel op een kantoor maakt meestal gezamenlijk gebruik van een relatief duur fotokopieerapparaat
Woordfamilie van fotokopieerapparaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fotokopieerapparaatje | verkleinwoord | fotokopieerapparaat |
| fotokopieerapparaatjes | verkleinwoord meervoud | fotokopieerapparaat |
| fotokopieerapparaten | meervoud | fotokopieerapparaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fotokopieerapparaat zijn vastgelegd.