citadel
zelfstandig naamwoord sita'dɛlBetekenis
- versterking die een vestingstad domineert, hetzij om de inwoners van die stad onder bedwang te houden, hetzij om weerstand te kunnen blijven bieden als de rest van de stad mocht vallen
Hoe spreek je citadel uit?
/sitaˈdɛl/
Citadel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| i | riet |
| t | tak |
| a | maan |
| d | dak |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| citadellen | meervoud |
| citadels | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘deel van vestingwerk’ voor het eerst aangetroffen in 1588
Woordfamilie van citadel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| citadellen | meervoud | citadel |
| citadels | meervoud | citadel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van citadel zijn vastgelegd.