apostolaat
zelfstandig naamwoord apɔstoˈlatBetekenis
- het geheel van activiteiten die uitgaan van de Katholieke Kerk tot verbreiding van het evangelie in woord, sacrament en daad te midden van niet-christelijke volkeren
- werkzaamheid als apostel
- bisschoppelijke waardigheid
Hoe spreek je apostolaat uit?
/apɔstoˈlat/
Apostolaat bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| p | pak |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| t | tak |
| o | boot |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| apostolaten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘apostelambt’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van apostolaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| apostolaten | meervoud | apostolaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van apostolaat zijn vastgelegd.