apostille
zelfstandig naamwoord apɔsˈtijəBetekenis
- stempel of aanvullend document dat de geldigheid van de ondertekening van een document verzekert
- formulier over de verdere behandeling van een verzoek of voorstel, vaak met een bijgaand document als aanleiding
- besluit naar aanleiding van een document of strekking van een verzoek of advies voor verdere afhandeling van een document
- kanttekening gemaakt op een officieel document over de verdere afhandeling daarvan
Hoe spreek je apostille uit?
/apɔsˈtijə/
Apostille bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| p | pak |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| t | tak |
| i | riet |
| j | ja |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| apostillen | meervoud |
| apostilles | meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands van Frans apostille, in de betekenis van ‘kanttekening op akte’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351
Woordfamilie van apostille
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| apostilles | meervoud | apostille |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van apostille zijn vastgelegd.