polycarbonaat
zelfstandig naamwoord ˌpoliˌkɑrboˈnatBetekenis
- een thermoplastisch polymeer waarbij de monomeren verbonden zijn door een carbonaatbinding.
Hoe spreek je polycarbonaat uit?
/ˌpoliˌkɑrboˈnat/
Polycarbonaat bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vijfde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| o | boot |
| l | land |
| i | riet |
| k | kat |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| b | bak |
| n | nek |
| a | maan |
| t | tak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- zeer sterke en doorzichtige kunststof
- thermoplastisch polymeer waarbij de monomeren verbonden zijn door een carbonaatbinding
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| polycarbonaten | meervoud |
Herkomst
afgeleid van carbonaat met het voorvoegsel poly-
Woordfamilie van polycarbonaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| polycarbonaten | meervoud | polycarbonaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van polycarbonaat zijn vastgelegd.