citroen
zelfstandig naamwoord siˈtrunBetekenis
- ovale, gele zure vrucht van de citroenboom
Hoe spreek je citroen uit?
/siˈtrun/
Citroen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| i | riet |
| t | tak |
| r | rood |
| u | boek |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Citrus limon Citrus medica ovale, gele zure vrucht van de citroenboom
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| citroenen | meervoud |
| citroentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| citroentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zure vrucht’ voor het eerst aangetroffen in 1554
Woordfamilie van citroen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| citroenen | meervoud | citroen |
| citroentje | verkleinwoord | citroen |
| citroentjes | verkleinwoord meervoud | citroen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van citroen zijn vastgelegd.