limoen
zelfstandig naamwoord liˈmunBetekenis
- de kleur van deze vrucht hebbend
Hoe spreek je limoen uit?
/liˈmun/
Limoen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| i | riet |
| m | maan |
| u | boek |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- naar citroen smakende groene citrusvrucht, Citrus × aurantiifolia masculine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| limoenen | meervoud |
| limoentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| limoentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans limon, in de betekenis van ‘citroen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351
Woordfamilie van limoen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| limoenen | meervoud | limoen |
| limoentje | verkleinwoord | limoen |
| limoentjes | verkleinwoord meervoud | limoen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van limoen zijn vastgelegd.