sinaasappel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- oranje vrucht van de sinaasappelboom
zelfstandig naamwoord — masculine
- Citrus aurantium Citrus sinensis oranje vrucht van de sinaasappelboom
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sinaasappelen | meervoud |
| sinaasappels | meervoud |
| sinaasappeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sinaasappeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘zuidvrucht’ voor het eerst aangetroffen in 1682
Woordfamilie van sinaasappel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sinaasappelen | meervoud | sinaasappel |
| sinaasappels | meervoud | sinaasappel |
| sinaasappeltje | verkleinwoord | sinaasappel |
| sinaasappeltjes | verkleinwoord meervoud | sinaasappel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sinaasappel zijn vastgelegd.