grapefruit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een gele of rode, enigszins bitter smakende citrusvrucht
- pompelmoes
zelfstandig naamwoord — masculine
- Citrus paradisi een gele of rode, enigszins bitter smakende citrusvrucht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grapefruitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| grapefruitjes | verkleinwoord, meervoud |
| grapefruits | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘citrusvrucht’ voor het eerst aangetroffen in 1929
Woordfamilie van grapefruit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grapefruitje | verkleinwoord | grapefruit |
| grapefruitjes | verkleinwoord meervoud | grapefruit |
| grapefruits | meervoud | grapefruit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grapefruit zijn vastgelegd.