kanaat
zelfstandig naamwoord kaˈnatBetekenis
- gebied dat wordt bestuurd door een Mongoolse of Turkse heerser met de titel 'kan'
- aanduiding voor het bewind van een Mongoolse of Turkse heerser met de titel 'kan'
- (Midden-Oosten) ondergrondse licht dalende tunnel waardoor grondwater uit een heuvel naar een lager gelegen woningen kan stromen
Hoe spreek je kanaat uit?
/kaˈnat/
Kanaat bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- gebied dat wordt bestuurd door een Mongoolse of Turkse heerser met de titel "kan"
- aanduiding voor het bewind van een Mongoolse of Turkse heerser met de titel "kan"
- ondergrondse licht dalende tunnel waardoor grondwater uit een heuvel naar een lager gelegen woningen kan stromen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [1], [2]: chanaat, khanaat | |
| kanaten | meervoud |
Herkomst
[1], [2] van Frans kanat, op te vatten als afgeleid van kan zn "oosterse heerser" met het achtervoegsel -aat
Woordfamilie van kanaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kanaten | meervoud | kanaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kanaat zijn vastgelegd.