baccalaureaat
zelfstandig naamwoord bɑkalɔure'jatBetekenis
- het baccalaureus zijn
- laagste academische graad, o.a. in Engeland, Frankrijk en Amerika
- algemene academische opleiding, voorafgaande aan specialisatie
- korte, sterk op de praktijk gerichte academische opleiding
Hoe spreek je baccalaureaat uit?
/bɑkalɔureˈjat/
Baccalaureaat bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vijfde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| a | maan |
| l | land |
| ɔ | bot |
| u | boek |
| r | rood |
| e | veel |
| j | ja |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| baccalaureaten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘laagste academische graad’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van baccalaureaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| baccalaureaten | meervoud | baccalaureaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van baccalaureaat zijn vastgelegd.