cambrium
zelfstandig naamwoord /ˈkɑmbrijʏm/Betekenis
- geologisch tijdperk waarin een grote verscheidenheid aan meercellige levensvormen ontstond, eerste periode van het era paleozoïcum; van 541 tot 485 miljoen jaar geleden
Hoe spreek je cambrium uit?
/ˈkɑmbrijʏm/
Cambrium bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| b | bak |
| r | rood |
| i | riet |
| j | ja |
| ʏ | put |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Vóór 2006 was de spelling Cambrium. |
Herkomst
Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘geologische periode’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1911
Woordfamilie van cambrium
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Cambrium | neuter | cambrium |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cambrium zijn vastgelegd.