carboon
zelfstandig naamwoord /kɑrˈbon/Betekenis
- geologisch tijdperk waarin de eerste reptielen en zaadplanten verschijnen, vijfde periode van het era paleozoïcum, van 359 tot 299 miljoen jaar geleden
- gesteenten uit het tijdperk waarin de eerste reptielen en zaadplanten verschijnen
Hoe spreek je carboon uit?
/kɑrˈbon/
Carboon bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| b | bak |
| o | boot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Vóór 2006 was de spelling Carboon . |
Herkomst
de Engelse geologen W. Conybeare en W. Phillips noemden in 1822 de voor dit tijdperk kenmerkende aardlagen met veel steenkool Carboniferous, van Latijn carbo "houtskool, steenkool" met het achtervoegsel -ferous, dus "steenkoolhoudend" (de informatie in het Woordenboek der Nederlandsche Taal is niet correct); in het Nederlands verkort
Woordfamilie van carboon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Carboon | neuter | carboon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van carboon zijn vastgelegd.