pendel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- hanglamp
- shuttlebus, een bus die over een korte afstand zonder dienstregeling heen en weer rijdt
- slinger, wichelroede
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pendels | meervoud |
| pendeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pendeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pendelen
- gebiedende wijs van pendelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pendelen
Vervoeging van pendel
pendelhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘hanglamp’ voor het eerst aangetroffen in 1919
Woordfamilie van pendel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pendels | meervoud | pendel |
| pendeltje | verkleinwoord | pendel |
| pendeltjes | verkleinwoord meervoud | pendel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pendel zijn vastgelegd.