onderpand
zelfstandig naamwoord ˈɔndərˌpɑntBetekenis
- een zekerheid in de vorm van geld, goederen of rechten dat gegeven wordt aan iemand die in ruil daarvoor iets uitleent, waarbij de uitlener het in onderpand gegevene in bezit krijgt als het uitgeleende niet geretourneerd wordt
Hoe spreek je onderpand uit?
/ˈɔndərˌpɑnt/
Onderpand bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| p | pak |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onderpanden | meervoud |
| onderpandje | verkleinwoord, enkelvoud |
| onderpandjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van onder en pand
Woordfamilie van onderpand
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onderpanden | meervoud | onderpand |
| onderpandje | verkleinwoord | onderpand |
| onderpandjes | verkleinwoord meervoud | onderpand |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderpand zijn vastgelegd.