manen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈmanə(n)Betekenis
- gebieden iets te doen
- ruige beharing op de nek van een leeuw of van een paard
Hoe spreek je manen uit?
/ˈmanən/
Manen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| a | maan |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van manen
manenhele werkwoord — maandeverleden tijd enkelvoud — maandenverleden tijd meervoud — gemaandvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | maan | maande |
| jij | maant | maande |
| hij, zij, het | maant | maande |
| wij | manen | maanden |
| jullie | manen | maanden |
| zij | manen | maanden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gemaand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gemaand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gemaand | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gemaand | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gemaand | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gemaand | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gemaand worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gemaand zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gemaand worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gemaand zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gemaand | verleden tijd, deelwoord |
| gemaand te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemaand te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemaand te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemaand te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemaand te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemaand worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemaand zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemaand zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemaand zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemaand zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemaand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemaand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemaand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemaand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemaand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemaand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemaand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemaand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemaand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemaand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemaand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemaand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemaand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemaand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemaand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gemaand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gemaand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| maan | gebiedende wijs |
| maande | verleden tijd |
| mane | aanvoegende wijs |
| manend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemaand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te manen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen manen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gemaand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemaand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gemaand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemaand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gemaand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gemaand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gemaand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gemaand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gemaand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gemaand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gemaand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gemaand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gemaand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gemaand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gemaand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gemaand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gemaand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gemaand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gemaand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gemaand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gemaand hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemaand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemaand hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gemaand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemaand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gemaand zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemaand zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal manen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal manen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal manen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gemaand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gemaand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gemaand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gemaand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gemaand hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemaand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemaand hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gemaand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemaand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gemaand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemaand zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemaand zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemaand zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou manen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou manen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou manen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemaand hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemaand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemaand hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemaand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gemaand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gemaand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemaand zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemaand zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemaand zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden manen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden manen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden manen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemaand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemaand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemaand zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt manen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemaand hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemaand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemaand hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemaand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gemaand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gemaand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemaand zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemaand zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemaand zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen manen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen manen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen manen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen manen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemaand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemaand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemaand zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult manen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
zelfstandig naamwoord
- ruige beharing op de nek van een leeuw of paard plural-only
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord maan
Herkomst
zn [1] maan zn met de uitgang -en
Woordfamilie van manen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemaand | voltooid deelwoord | manen |
| gemaande | woordvorm | manen |
| maande | verleden tijd | manen |
| maant | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | manen |
| manend | onvoltooid deelwoord | manen |
| manende | woordvorm | manen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van manen zijn vastgelegd.