kus
zelfstandig naamwoord, werkwoord kʏsBetekenis
- het de lippen ergens tegenaandrukken om affectie uit te drukken
- kust
- kussen
- stuk
- stuk; deel, gedeelte, onderdeel van een geheel
- stuk; één uit meerdere dezelfde of soortegelijke voorwerpen
- stuk; één als teleenheid
- stuk; een afgerond product van nijverheid of kunst
- grap, truc, streek, bedrog
- stuk; kanon
- stuk; een onbepaalde, meestal grote, hoeveelheid of maat
- (figuurlijk) stuk; een aantrekkelijke vrouw
- díl
- exemplář
- dílo
- trik
- dělo
- kočka
- ks
- stuk; op een zekere afstand
Hoe spreek je kus uit?
/kʏs/
Kus bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ʏ | put |
| s | sok |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kusje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kusjes | verkleinwoord, meervoud |
| kussen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kussen
- gebiedende wijs van kussen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kussen
Vervoeging van kus
kushele werkwoord
Woordfamilie van kus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kusje | verkleinwoord | kus |
| kusjes | verkleinwoord meervoud | kus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kus zijn vastgelegd.