babybus
zelfstandig naamwoord ˈbebiˌbʏsBetekenis
- autobus bij o.a. attractieparken waarin allerlei benodigdheden aanwezig zijn voor ouders met baby's
- plaats waar wanhopige moeders hun baby anoniem te vondeling kunnen leggen
Hoe spreek je babybus uit?
/ˈbebiˌbʏs/
Babybus bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| e | veel |
| i | riet |
| ʏ | put |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| babybusje | verkleinwoord, enkelvoud |
| babybusjes | verkleinwoord, meervoud |
| babybussen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van baby zn en bus zn
Woordfamilie van babybus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| babybusje | verkleinwoord | babybus |
| babybusjes | verkleinwoord meervoud | babybus |
| babybussen | meervoud | babybus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van babybus zijn vastgelegd.