geluidstechnicus
zelfstandig naamwoord ɣəˈlœytstɛxniˌkʏsBetekenis
- de persoon die er verantwoordelijk voor is dat een geluidssysteem bij een concert ingeregeld wordt en dat een band goed wordt weergegeven qua geluid.
Hoe spreek je geluidstechnicus uit?
/xəˈlœytstɛxniˌkʏs/
Geluidstechnicus bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| œy | huis |
| t | tak |
| s | sok |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| i | riet |
| k | kat |
| ʏ | put |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geluidstechnici | meervoud |
Herkomst
samenstelling van geluid en technicus met het invoegsel -s-
Woordfamilie van geluidstechnicus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geluidstechnici | meervoud | geluidstechnicus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geluidstechnicus zijn vastgelegd.