peperbus
zelfstandig naamwoord ˈpepərˌbʏsBetekenis
- een vaatje met al dan niet gemalen peperkorrels dat op tafel gezet wordt
- een in Nederland zeldzame paddenstoel die op 1 lijkt
Hoe spreek je peperbus uit?
/ˈpepərˌbʏs/
Peperbus bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| e | veel |
| ə | de |
| r | rood |
| b | bak |
| ʏ | put |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- vaatje met al dan niet gemalen peperkorrels dat op tafel gezet wordt
- bepaald soort in Nederland zeldzame paddenstoel, Myriostoma coliforme
- cilindervormig elektriciteitshuisje in Amsterdam dat ook als aanplakzuil wordt gebruikt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| peperbusje | verkleinwoord, enkelvoud |
| peperbusjes | verkleinwoord, meervoud |
| peperbussen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van peper zn en bus zn **[2] omdat de stuifopeningen aan de bovenkant doen denken aan het deksel van een peperstrooier **[3] omdat de vorm van het bouwsel aan een peperstrooier doet denken
Woordfamilie van peperbus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| peperbusje | verkleinwoord | peperbus |
| peperbusjes | verkleinwoord meervoud | peperbus |
| peperbussen | meervoud | peperbus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van peperbus zijn vastgelegd.