ventiel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- klep waardoor een gas of vloeistof in of uit een ruimte kan stromen
- inrichting in sommige muziekinstrumenten om het instromen en ontsnappen van de lucht te regelen en daardoor de toonhoogte te veranderen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ventielen | meervoud |
| ventieltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ventieltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘luchtklep’ voor het eerst aangetroffen in 1641
Woordfamilie van ventiel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ventielen | meervoud | ventiel |
| ventieltje | verkleinwoord | ventiel |
| ventieltjes | verkleinwoord meervoud | ventiel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ventiel zijn vastgelegd.