kous
zelfstandig naamwoord kɑusBetekenis
- een aansluitend, meer of minder elastisch kledingstuk dat de voet en (een deel van) het been bedekt
- een hulpmiddel om een brandstof in licht om te zetten, dat deel uitmaakt van een olie- of petroleumlamp
Hoe spreek je kous uit?
/kɑus/
Kous bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑu | koud |
| s | sok |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kousen | meervoud |
| kousje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kousjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘sok’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van kous
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kousen | meervoud | kous |
| kousje | verkleinwoord | kous |
| kousjes | verkleinwoord meervoud | kous |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kous zijn vastgelegd.