otter
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een marterachtige uit het geslacht Lutra, met zwempoten en een donkere dichte bruine vacht
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor zoogdieren uit het geslacht Lutra
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| otters | meervoud |
| ottertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ottertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van otteren
- gebiedende wijs van otteren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van otteren
Vervoeging van otter
otterhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘marterachtige’ voor het eerst aangetroffen in 830
Woordfamilie van otter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ottertje | verkleinwoord | otter |
| ottertjes | verkleinwoord meervoud | otter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van otter zijn vastgelegd.