wezel
zelfstandig naamwoord ˈwezəlBetekenis
- zeer klein en schuw roofdier uit de familie der marterachtigen
wezel in een zin
- Langs de heg schoot een wezel weg.
- Een wezel is klein en erg schuw.
- Op de foto stond een wezel in het gras.
Hoe spreek je wezel uit?
/ˈwezəl/
Wezel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| e | veel |
| z | zon |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- bepaald soort zoogdier, Mustela nivales zeer klein en schuw dier uit de familie der marterachtigen (Mustelidae
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wezels | meervoud |
| wezeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wezeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands wesel / wesele, in de betekenis van ‘marterachtige’ aangetroffen vanaf 1240
Woordfamilie van wezel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wezels | meervoud | wezel |
| wezeltje | verkleinwoord | wezel |
| wezeltjes | verkleinwoord meervoud | wezel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wezel zijn vastgelegd.