bovenkant
zelfstandig naamwoord ˈbovə(n)ˌkɑntBetekenis
- de zijde van een ruimtelijk figuur dat naar boven wijst, hier tegenover ligt de onderkant die naar beneden wijst
- het rijkste, hoogste, beste, snelste deel van een geheel
Hoe spreek je bovenkant uit?
/ˈbovənˌkɑnt/
Bovenkant bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| k | kat |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bovenkanten | meervoud |
| bovenkantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bovenkantjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van boven en kant
Woordfamilie van bovenkant
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bovenkanten | meervoud | bovenkant |
| bovenkantje | verkleinwoord | bovenkant |
| bovenkantjes | verkleinwoord meervoud | bovenkant |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bovenkant zijn vastgelegd.