boodschappenmand
zelfstandig naamwoord ˈbotsxɑpə(n)ˌmɑntBetekenis
- bakje van metaal of kunststof met een of meer hengsels waarin een klant in een zelfbedieningswinkel de producten kan doen die hij wil aanschaffen
- pakket van verschillende artikelen zoals een klant die in een keer bij een supermarkt zou kunnen kopen
- bakje van metaal of kunststof dat op een fiets of vergelijkbaar voertuig kan worden bevestigd en geschikt is voor het vervoer van alledaagse aankopen
- korf van riet of kunststof met een of meer hengsels geschikt voor het vervoer van alledaagse aankopen
- overzicht van artikelen dat een klant bij een online winkel heeft geselecteerd om in een keer te kopen
Hoe spreek je boodschappenmand uit?
/ˈbotsxɑpənˌmɑnt/
Boodschappenmand bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| o | boot |
| t | tak |
| s | sok |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boodschappenmanden | meervoud |
| boodschappenmandje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boodschappenmandjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van boodschap zn en mand zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van boodschappenmand
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boodschappenmanden | meervoud | boodschappenmand |
| boodschappenmandje | verkleinwoord | boodschappenmand |
| boodschappenmandjes | verkleinwoord meervoud | boodschappenmand |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boodschappenmand zijn vastgelegd.