beddenlaken
zelfstandig naamwoord ˈbɛdəˌlakə(n)Betekenis
- een laken voor op het bed
Hoe spreek je beddenlaken uit?
/ˈbɛdəˌlakən/
Beddenlaken bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛ | bed |
| d | dak |
| ə | de |
| l | land |
| a | maan |
| k | kat |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Klinkt hetzelfde als beddelaken.
zelfstandig naamwoord — neuter
- grote doek van katoen of linnen om tijdens het slapen het matras of de deken van het lichaam te scheiden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beddelaken | |
| beddenlakens | meervoud |
| beddenlakentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| beddenlakentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van bed zn en laken zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van beddenlaken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beddelaken | neuter | beddenlaken |
| beddenlakens | meervoud | beddenlaken |
| beddenlakentje | verkleinwoord | beddenlaken |
| beddenlakentjes | verkleinwoord meervoud | beddenlaken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beddenlaken zijn vastgelegd.