perk
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- grens, omheining
- (met bloemen en planten bedekt) omheind stuk grond
- voordeel
zelfstandig naamwoord — neuter
- omheind stuk grond
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| perken | meervoud |
| perkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| perkjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van perken
- gebiedende wijs van perken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van perken
Vervoeging van perk
perkhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘afgebakend stuk grond’ voor het eerst aangetroffen in 1169
Woordfamilie van perk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| perkje | verkleinwoord | perk |
| perkjes | verkleinwoord meervoud | perk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van perk zijn vastgelegd.